Sonderingen en handboringen
Voor het opstellen van het uitvoeringsplan is het noodzakelijk om meer informatie over de ondergrond te hebben. Daarom voert GeoDelft vanaf 15 februari tot eind maart 2005 extra grondonderzoek uit. Het gaat om de uitvoering van:
- sonderingen op een aantal locaties langs de dijk. Door het in de grond drukken van een stalen stang en het meten van de weerstand daarvan, wordt niet alleen de opbouw van de ondergrond duidelijk maar ook enkele eigenschappen van de ondergrond;
- handboringen.
De sonderingen zijn nodig om:
De boringen zijn nodig om:
- de ankerconstructies die deel uitmaken van de stabiliteitsschermen (stabiliteitsscherm=damwand+anker) te dimensioneren;
- de invloed van het inbrengen van de damwanden op de bestaande bebouwing te beoordelen.
- te bepalen of bij een laag voorland de bodemopbouw voldoende stevig is voor de bouw van een nieuwe dijk;
- te bepalen of bij een hoog voorland het water direct in de dijk kan dringen via het hoge voorland;
- de kleikwaliteit van de bestaande dijk te kunnen bepalen. De grondlagen direct onder het buiten- en binnentalud dienen voldoende erosiebestendig te zijn;
- te controleren of vrijkomend materiaal uit de bestaande dijk mag worden toegepast in de nieuwe dijk.
-