Bij de winning van steenkool komt mijnsteen als restmateriaal beschikbaar.
Dit heeft bewezen eigenschappen voor toepassing in de waterbouw.
De aardlagen waarin steenkool voorkomt, zijn gevormd in de geologische periode ‘het Bovencarboon’ (ruim 200 miljoen jaar geleden). In die periode ontstonden afwisselend afzettingen van veen, klei en soms zand.
Onder invloed van grote belastingen (door latere afzettingen op deze lagen of door vulkanische activiteit) is het veen veranderd in steenkool, de klei in leisteen en de zandige afzettingen in zandsteen. De totale jaarlijkse beschikbare hoeveelheid mijnsteen van alle locaties in Duitsland bedraagt circa 30 miljoen ton.
De mijnsteen die in Nederland wordt geleverd, is voornamelijk hiervan afkomstig.