De zogenaamde descente vindt plaats na de administratieve onteigeningsprocedure. Het object - de woning en eventuele naastgelegen schuren of land – wordt dan geïnspecteerd door de rechtbank, in de persoon van een Rechter-Commissaris. Deze wordt vergezeld door de Griffier en de commissie van rechtbankdeskundigen.
Bij de decente zijn ook de onteigenende partij en de onteigende aanwezig, meestal vertegenwoordigd door hun raadslieden, en eventuele andere deskundigen. De partijen kunnen hun visie toelichten aan de rechtbank en de commissie van deskundigen en aangeven wat naar hun mening de waarde van het onteigende is.