In Lekkerkerk versterkt het hoogheemraadschap ruim vijf kilometer Lekdijk. Het gaat om Schuwacht (gedeeltelijk), Voorstraat en Opperduit. Eind april 2008 is de dijkversterking in uitvoering gegaan. De aannemerscombinatie ‘Opperduit’ is begonnen met het ontgraven en het aanvullen van het dijklichaam aan de buitenzijde (rivierzijde).
Op de tekeningen staat aangegeven op welke plekken de dijk op welke manier wordt versterkt. Heeft u vragen over de tekening dan kunt u terecht op het inloopspreekuur van de directie, elke woensdag tussen 13.00 en 14.00 uur, aan de Opperduit 85. U kunt ook bellen: T (0180) 66 00 94.
PS. het inloopspreekuur op woensdag 24 en 31 december komt te vervallen.
Download de voor u relevante werktekeningen.
De Lekdijk op dit stuk is vooral gevoelig voor ‘opdrijving’. Bij een hoge rivierwaterstand stijgt ook de waterdruk in de zandlaag van de dijk zelf. Die druk kan zo groot worden dat het klei- en veenpakket aan de
zijde van de polder omhoog wordt gedrukt. Deze grond verliest zijn sterkte. Daardoor bezwijkt het talud onder het gewicht van de dijk. De dijk bezwijkt als het ware onder zijn eigen gewicht. Er is sprake van een dijkafschuiving
Lees meer (pdf)
Er zijn verschillende manieren om een dijk te versterken. De oplossing die wordt gekozen, hangt vooral af van de manier waarop de dijk door het water wordt bedreigd (het faalmecanisme (pdf) ) en de ruimte die beschikbaar is.
De Lekdijk bij Nederlek is druk bebouwd. Wie over de Lekdijk rijdt, komt een vrijwel ononderbroken lintbebouwing tegen. Niet alleen de gebouwen, ook de monumentale erfbeplanting bepaalt het beeld.
Daarnaast zijn er buitendijks - aan de rivierzijde - schaardijken, bebouwing en gorzen. Al die functies langs de dijk maken de dijkversterking tot een grote uitdaging.
Voor Nederlek zijn er verschillende technische oplossingen. Steeds kiezen we de oplossing die zo min mogelijk ingrijpt in de bestaande bebouwing.
de dijk wordt op veel delen van het traject versterkt met extra gewicht aan de binnenzijde van de dijk. Door het gewicht van de berm kan de grond niet meer omhoog worden gedrukt.
Lees meer (pdf)
Het aanbrengen van een berm is niet altijd mogelijk, vanwege de drukke bebouwing langs de Lekdijk. Een damwand is op veel trajecten de meest geschikte oplossing. Deze wordt geplaatst in de teen van de dijk, aan de polderzijde, en voorkomt dat het dijklichaam kan afschuiven. De damwand zit stevig verankerd in de zandlaag onder de dijk.
Lees meer (pdf)
Een damwand biedt geen soelaas als er bebouwing is aan de buitenzijde van de dijk (rivierzijde). De damwand kan dan niet worden verankerd. In dat geval kiezen we voor een diepwand; een muur van gewapend beton, die niet verankerd hoeft te worden. Een uitstekende, maar kostbare oplossing. Diepwanden worden geplaatst aan weerskanten van Lekkerkerk.
Lees meer (pdf)
Woningen die buitendijks staan bedreigen de stabiliteit van de dijk. Om erosie (‘afkalving’) van de dijk tegen te gaan worden er veel plekken waar buitendijks is gebouwd erosieschermen geplaatst in de buitenkruin (in de kruin aan de rivierzijde)
Lees meer (pdf)
Soms is er geen plek om een damwand als stabiliteitsscherm in de binnenteen te plaatsen en te verankeren. De damwand wordt dan in die situatie bovenin de dijk in de binnenkruin geplaatst. In combinatie met het erosiescherm in de buitenkruin of ankerscherm in de buitenkruin wordt dan een zogenaamde kistdam gevormd.
Lees meer (pdf)
De Wet op de Waterkering stelt veiligheidsnormen aan alle dijken in Nederland. Het dijktraject Nederlek is een primaire waterkering en onderdeel van het dijkringgebied 15, Lopiker- en Krimpenerwaard. Voor dijkringgebied 15 geldt een overschrijdingsfrequentie van 1:2.000 per jaar.
Het aanbrengen van damwanden moet zo min mogelijk schade aanbrengen aan de omgeving. Om te onderzoeken hoe schade zo veel mogelijk kan worden voorkomen is in 2006 onderzoek uitgevoerd.
In 2006 is een damwandenproef uitgevoerd aan de Schuwacht. Over een lengte van dertig meter zijn tien stalen en tien betonnen damwandplanken in de dijk ingebracht. Bij het plaatsen van de damwanden is onder meer de trilfrequentie gemeten. De conclusie: de trillingen die ontstaat leveren geen tot nauwelijks schade op voor de omgeving.